Menu


Blackjack Uitleg

Blackjacken verloopt volgens een eeuwenoud spelprincipe. Het klinkt misschien complex, maar wanneer je het vertaalt naar “eenentwintigen” gaat er vast een lichtje branden. Blackjacken is dan ook helemaal niet zo ingewikkeld, en verzekert je van uren spelplezier.

Aan de slag: blackjack wordt steeds gespeeld tegen een bank of deler. Starten doet de bank steeds met de speler aan haar linkerzijde. Iedere speler, inclusief de bank/deler, ontvangt twee kaarten. Om het spel iets doorzichtiger te maken zal de bank steeds zijn eerste zelf toegekende kaart omdraaien. Heeft de deler een aas? Dan kan je de inzet verzekeren voorgeval de deler een blackjack (twee kaarten die samen 21 vormen) heeft.

De bedoeling van het spel is om een betere hand bijeen te spelen dan de deler. Nooit mag het getal boven de 21 gaan, of verlies volgt. Heb je een betere hand dan die van de deler? Dan win jij het bedrag van je eigen inzet. Beschik je zelf over een blackjack? Dan wil je 1,5x het ingezette bedrag.

Iedere kaart binnen blackjack beschikt over een eigen waarde:

1. De kaarten 2 tot en met 9: worden gehanteerd volgens hun nominale waarde. Bijvoorbeeld de kaart 3 staat voor drie punten, de kaart 7 voor zeven punten.

2. 10, boer, vrouw en koning: staan telkens voor tien punten.

3. Aas: Bij een aas mag de speler zelf “kiezen” voor welke waarde de aas deelneemt: één of elf.

“Kiezen” is een groot woord, want in eerste instantie heeft de aas steeds een waarde van elf. Pas wanneer bij een extra kaart het totaalcijfer boven de eenentwintig zou uitkomen, verandert de waarde naar één.